Mecenas

Hij benadert me via het contactformulier op mijn website. Hij schrijft dat zijn vrouw mijn boek bij de bibliotheek leende. Hij schrijft dat hij me wil helpen. Eerst schrijf ik niet terug. Ik vermoed een complot, de literatuur zit vol pretfiguren, voor je het weet sta je op Tzum. Nadat mijn vriendin vraagt of ik al werk heb, ik antwoord dat ik schrijver ben, ze zegt dat ik daar geen geld mee verdien en ik binnensmonds vloek mail ik hem terug.
Hij schrijft dat hij me graag wil ontmoeten. We spreken af bij hem thuis. Hoewel ik weet dat ik een geschenk moet meebrengen, breng ik niets mee.
We zitten aan tafel. Hij leunt achterover. Ik zit met mijn ellebogen op tafel. Hij zegt dat hij me dertig euro per verhaal kan bieden. In ruil daarvoor moet ik ieder verhaal dat ik schrijf alleen aan hem laten horen. Ik moet het voorlezen, hem het blaadje geven en dan geeft hij mij dertig euro. Ik vraag waar het toilet is. Met de rekenmachine op mijn telefoon reken ik uit dat ik iedere dag een verhaal moet schrijven om schrijver te kunnen zijn. Dan kan ik van mijn werk leven. In de woonkamer schud ik zijn hand. De volgende dag druk ik op zijn bel. Staand in de woonkamer lees ik mijn nieuwste verhaal voor. Hij luistert terwijl hij in zijn oog wrijft. Hij vraagt of hij het verhaal mag zien. Ik geef het blaadje. Hij vouwt het in twee stukken, nog een keer. Hij scheurt en scheurt. Hij geeft me de snippers aan. ‘De papierbak staat achter je. Gooi er eens in, wil je,’ zegt hij. Ik gooi de snippers in de papierbak. Ik zie kranten en reclamefolders, een kassabon.
Hij staat naast me, geeft me een briefje van tien en een van twintig, klopt me op mijn wang en zegt: ‘Voortaan schrijf je ze met de hand.’

Share

Één reactie op “Mecenas

  1. peter prins schreef:

    Oei, da’s wel een erg mooie ‘site’. Chapeau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *