Botten

Ragnar deelt kauwgom uit. Hij heeft van zijn ouders een pakje gekregen. Het is feest, zijn tante viert haar verjaardag. Samen met zijn ouders, zijn zus en zijn zusje is hij op bezoek. Al zijn neven zijn er ook. Ik ben er, als overbuurjongen, ook bij. We moeten van onze ouders buitenspelen. We krijgen allemaal een stuk kauwgom van Ragnar. Kauwgom kauwend staan we in een kring. Na een paar keer gekauwd te hebben slik ik mijn kauwgom door. Ragnar ziet dat ik niet kauw en vraagt waar mijn kauwgom is. Ik zeg dat ik die heb doorgeslikt. Hij zegt dat je kauwgom nooit moet doorslikken, dat het dan aan je botten blijft kleven. De andere kinderen worden boos op me, op kauwgom moet je kauwen, dit is echt een enorme fout. Ik ren de straat over naar mijn huis. Ik druk op de deurbel. Mijn ouders zitten aan de overkant, bij de overburen, ze zijn niet thuis, ze eten daar nu toastjes en drinken alcohol. Ik weet het maar blijf toch op de bel drukken. De andere kinderen rennen naar me toe en dansen voor mijn neus, als indianen. Ze zingen: ‘Wij willen Joubert-vlees! Wij willen Joubert-vlees!’ Jankend houd ik de bel ingedrukt terwijl de kinderen dansen en zingen en smakkend op hun kauwgom kauwen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *