Gesleten

Ik loop over straat en kijk bij huizen naar binnen. De mensen hebben de tekeningen van hun kinderen aan de muren gehangen. Het is een waarschuwing natuurlijk, de confrontatie van de kinderen met hun eigen mislukte werk, om geen artistieke ambities te koesteren en hun school af te maken.
Ik sla een hoek om, in sommige straten waait het harder dan in andere.
Op de stoep ligt een halter: een metalen handgreep met aan de uiteindes zwarte afschroefbare gewichten, twee keer drie kilogram. Om de halter heen liggen glasscherven, als dienaars die buigen voor hun machtige en grillige keizer.
Vanochtend bedacht ik nog dat het mooi zou zijn wanneer er een app bestaat die achter iedere tweet automatisch ‘,hihi’ zet. Wanneer iemand ‘Rendementsdenken zit in de poriën van overheid en bedrijfsleven. Soms nodig, maar virus vreet vitale onderdelen van de samenleving aan.’ zou twitteren, zou je ‘Rendementsdenken zit in de poriën van overheid en bedrijfsleven. Soms nodig, maar virus vreet vitale onderdelen van de samenleving aan, hihi.’ krijgen. Zo’n app bestaat niet, ik wilde het plan twitteren, in de hoop dat iemand de app zou maken, of dat de tweet minstens sympathie zou oproepen – sympathie die zich zou vertalen in extra boekverkoop -, maar ik hield me in. Niet iedere gedachte hoeft zomaar gedeeld te worden. Zeker de mijne niet.
Maar nu kijk ik naar de halter op de stoep en denk ik niet aan wat ik vanochtend dacht.
Ik kijk omhoog langs het gebouw waar de halter voor ligt. Ik kijk naar de voordeur, naar de stenen boven de voordeur, naar de dakgoot en naar het raam op de eerste verdieping. In het midden van het raam zit een gat. Uit het gat steekt het hoofd van een man. Achterovergekamd grijs haar, een lang gezicht, puntige kin. We kijken elkaar aan. Een gesprek, daar zit ik niet op de wachten. De man schreeuwt dat zijn halter uit het raam is gevallen. Ik kijk naar de halter, weer naar de man en roep terug dat ik het zie. De man schreeuwt dat die halter daar niet kan blijven liggen op straat. Ik roep terug naar het hoofd van de man dat er ook glas op straat ligt. De man roept terug dat hij te vaak door het raam gekeken heeft en dat het glas daardoor snel gesleten is.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *