Wim Brands

Omdat hij wist dat het op zijn geweten hebben van onze dood slecht zou staan op zijn cv had redacteur Jelte Nieuwenhuis zijn rijstijl aangepast terwijl hij met ons in de auto naar Enschede reed voor een optreden. Wim Brands zat naast de redacteur. Hij hield de deurgreep stevig vast. Emma Curvers en ik zaten achterin en aten van de drop die Jelte had meegebracht. Wanneer we onze voeten verplaatsten kraakte kinderspeelgoed onder onze voeten. Emma en ik waren twee van de schrijvers die waren opgenomen in een bloemlezing die Wim Brands samenstelde. Om de verkoop van de bloemlezing te bevorderen gingen we voorlezen in Boekhandel Broekhuis in Enschede. Wim Brands praatte de hele weg, het was een lange rit, hij vertelde welke schrijvers er allemaal geen reet van konden. Niemand kon er eigenlijk een reet van, daar kwam het op neer.
In Enschede aten we patat met zwarte peper. Wim Brands nam ook een broodje falafel. In de boekhandel noemde hij Erik Hoekstra, die ons had uitgenodigd, de hele tijd Peter. Erik zei steeds dat hij Erik heette, maar Wim Brands bleef hem Peter noemen.
Wim Brands stelde me vragen over mijn werk en ik gaf geen antwoorden op zijn vragen, maar wel antwoorden. Hij liet me mijn gang gaan en ik denk dat dat zijn kracht als interviewer tekende.
Na Enschede kwam ik Wim Brands vaak tegen. Dan maakten we altijd een praatje. Hij vroeg me hoe ik over een bepaalde schrijver of een bepaalde ontwikkeling in de literatuur dacht. Wanneer ik het vertelde zei hij dat ik me vergiste en dan zei hij hoe ik het eigenlijk zou moeten zien. Daarna vroeg hij me nog een keer hoe ik er nu tegenaan keek. Wanneer ik weer niet het goede antwoord gaf zuchtte hij en zei hij: ‘Ik leg het je nog één keer uit.’
 
Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *