Nieuws: Update

Ik heb de tweede versie van een boek dat ik voor het gemak maar een roman noem afgerond. Ik vrees dat er nog dertien versies volgen. De uitgever leest het nu, ik hoop dat het boek niet wordt afgewezen. Ik voel er weinig voor om de tienduizend euro subsidie die ik van het Letterenfonds kreeg om het boek te schrijven terug te betalen. Nadat ik de tienduizend euro op mijn rekening gestort kreeg, stuurde ik het Letterenfonds een bedankkaartje. Ik kon mijn schulden afbetalen en bevriende schrijvers die in geldnood zaten financieel ondersteunen. Er is nog duizend euro over. Mensen die in de problemen zitten kunnen zich via het contactformulier melden.
Verder werk ik aan een verhalenbundel die, dat is de bedoeling, tweeduizend pagina’s dik moet worden. Er verschijnen veel boeken van duizend pagina’s de afgelopen tijd. Het zijn allemaal romans. De werktitel van de verhalenbundel is ‘Met een mongool op je schoot de afgrond in’. Ik twijfel over de je-vorm omdat die misschien minder aantrekkelijk is voor de oudere lezeres. Ik heb al twee pagina’s geschreven. Helaas horen ze nu niet direct tot de hoogtepunten uit mijn oeuvre.

De nieuwe recensiewebsite Indrukmagazine vroeg een aantal mensen iets over recensies of recensenten te zeggen. Ik schreef dit:

‘Sinds ik alle recensenten foto’s van mijn kinderen liet zien en daarbij steeds zei: ‘Ook op deze foto hebben ze honger,’ worden mijn boeken gunstig besproken. Het tekent niet alleen de empatische inborst van de recensenten, maar ook hun onvermogen om fictie en non-fictie te scheiden. Natuurlijk heb ik geen kinderen, maar ik ben opportunistisch genoeg om ze in mijn voordeel in te zetten.
Ik bewonder recensenten. Behalve dat het zonder uitzondering schrandere types zijn, die overigens heerlijk ruiken, zijn het ook ware ambassadeurs van de literatuur die niet alleen in hun stukken laten zien dat ze alle boeken die ze lezen in al hun gelaagdheid doorgrond hebben maar ook nimmer gebruik maken van hun machtsposities (een recensie wordt immers duizend keer meer gelezen dan het besproken boek) en die in de hemel na hun dood -al hoop ik natuurlijk dat ze eeuwig blijven leven- hun plek aan de zijde van de Almachtige zonder twijfel zullen innemen.’

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *