Belofte

(Korte inhoud van het voorafgaande:)
Arnon Grunberg verwachte niet dat Donald Trump president van Amerika zou worden. Als dit toch zou gebeuren zou hij (Grunberg) duizend Volkskrantlezers op een glas wijn of wodka trakteren – dat schreef hij in zijn dagelijkse column.
Donald Trump werd gekozen tot president van Amerika, Grunberg kwam gisteren zijn belofte na.

(Een stukje duiding:)
Iedere ochtend word ik om een uur of vijf wakker naast een lege fles en een half leeggedronken glas. Dan lees ik De Volkskrant en drink ik het halve glas in kleine slokjes leeg. Daarna ga ik weer slapen.
Op een dag las ik dat Arnon Grunberg lezers van de krant opriep zich te melden. Hij zou ze trakteren. Ik stuurde een mail, las de krant uit, dronk mijn glas leeg en ging weer slapen.

(Omdat ieder verhaal ergens moet beginnen begint dit verhaal hier:)
Ik ben een kwartier te vroeg. Voor mijn doen is dit rijkelijk laat. Bij de ingang van het Amsterdamse American Hotel op het Leidseplein staat een bordje: Arnon Grunberg Event. Ik loop de stenen trap op, ga de draaideur door en zie een lange rij mensen staan. Aan het einde van de rij, naast de ingang van de bar van het hotel staat Arnon Grunberg. Hij schudt handen en gaat op de foto met zijn fans. Ik sluit achteraan in de rij. Ik heb nog nooit zoveel bejaarde blanken bij elkaar gezien. Het wordt steeds drukker. Mensen komen vast te zitten in de draaideur. Ik zie hoe door het glas een man naar de auteursfoto achterop zijn meegebrachte exemplaar van Joe Speedboot kijkt, naar Arnon Grunberg kijkt en weer naar de auteursfoto achterop het boek kijkt.
Wanneer ik bij de ingang van de bar ben moet ik mijn naam noemen. Ik noem mijn naam, een meisje zoekt mijn naam op een lijst op, zet een vinkje achter mijn naam en geeft me een consumptiemunt. In ruil voor de munt kan ik een glas wijn of wodka krijgen.
Ik ga in de rij voor de bar staan.
Met een glas wijn in mijn hand leun ik tegen een muur. Ik neem kleine slokjes. Ik moet met dit glas een uur of twee doen. Sinds vanochtend heb ik niets meer gedronken.
Steeds meer mensen kijken mijn kant op. Ze wijzen naar me en fluisteren naar elkaar. Ik sta vlak naast twee klapdeuren naar de keuken. Naast mijn voeten is een knop. Personeel dat door de klapdeuren wil schopt tegen de knop waarna de klapdeuren open gaan en het personeel door de klapdeuren naar de keuken kan lopen.
Ineens staat een vrouw voor me. Ze houdt een leeg glas vast. Zo te zien koos ze voor wodka. Ze vraagt of ik Joubert Pignon ben. ‘Soms wel,’ zeg ik, ‘maar vandaag ben ik hier gewoon als mezelf.’ Ze zegt dat ze mijn verhaal over Arnon Grunberg heeft gelezen, over dat ik hem opzoek in New York en dat ze daar allerminst van gecharmeerd was. Ik zeg dat het verhaal fictie was. Ze zegt dat ze daar niets van gelooft. ‘Waarom zou iemand zoiets verzinnen?’ vraagt ze. Ik zeg dat ik dat nu eenmaal doe, dingen verzinnen omdat ik niet kan omgaan met de werkel… Ze onderbreekt me door haar hand tegen mijn mond te drukken. Ze draait zich om naar de rest van de mensen en roept: ‘Hij is het!’ Ik word omsingeld door mensen. Ze schreeuwen van alles en nog wat tegen me, maar waar het in principe op neerkomt is dat ze het walgelijk vinden dat ik probeer te scoren ten koste van een beroemdere collega. Voordat ik iets terug kan zeggen ben ik op de grond geslagen en trappen de fans van Arnon Grunberg op me in. Ik probeer mijn hoofd te beschermen. Ik lig tegen de knop en de klapdeuren naar de keuken gaan open en weer dicht, open en weer dicht. De vloer mag hier trouwens ook wel eens geboend worden.
Wanneer ik bijkom draag ik op een sok na niets. Mijn rechtersok zit ineens aan mijn linkervoet. De bar is verlaten. Nergens staan meer lege glazen. De mensen zijn weg. Liggend trek ik mijn sok uit en doe hem aan mijn rechtervoet. Naast me zie ik een schoen. Een nette herenschoen. Ik kijk omhoog, de schoen gaat over in een pantalon, de pantalon gaat over in een colbertjasje en het colbertjasje gaat over in het hoofd van Arnon Grunberg. Uit het hoofd van Arnon Grunberg komt een klodder spuug die, omdat ik mijn hoofd opzij draai, in mijn oor belandt. Aan mijn andere kant staat ook een schoen, ook al van Arnon Grunberg. Hij staat voorovergebogen over me heen. Door zijn pantalon heen kan ik zien dat hij geen onderboek draagt. Arnon Grunberg zegt tegen me: ‘Voortaan gaan we een beetje normaal doen, he?’

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *