Auteursarchief: Joubert Pignon

Prijzen

De Biesheuvelprijs had geen longlist en geen shortlist. Alle verhalenbundels waarvan de uitgeverij de moeite nam om er een postzegel op te plakken en naar de jury te sturen maakten kans op de prijs. De bundels van Jori Stam en Joubert Pignon werden door hun uitgever naar de jury van de Biesheuvelprijs gestuurd. Per mail hadden de twee schrijvers contact met elkaar.
Jori Stam dacht dat Joubert Pignon de prijs zou gaan winnen, Joubert Pignon dacht dat Marente de Moor de prijs zou gaan winnen.
Ze bedachten dat het een goed idee was wanneer ze een eigen prijs in het leven riepen: de JoJo-prijs. Het ene jaar wint de een de prijs, het andere jaar de ander. Maar wie moest nu de eerste winnaar van de JoJo-prijs worden? Jori en Joubert kwamen er niet uit. Ze riepen de hulp in van redacteur Sander Blom. Sander Blom moest een getal onder de tien in zijn hoofd nemen. Degene die het getal goed raadde zou de eerste winnaar van de JoJo-prijs worden. Maar wie mocht beginnen met raden? Om dat te bepalen moest Sander Blom een ander getal onder de tien in zijn hoofd nemen. Degene die als eerste dit tweede getal goed raadde, mocht beginnen met raden naar het eerste getal. Maar hoe te bepalen wie nu mocht beginnen met raden?
Via internet bestelde Joubert Pignon een trofee. Hij vroeg degene die het plaatje zou graveren om een van deze twee namen te graveren: ‘Jori Stam’ of ‘Joubert Pignon’.
Joubert Pignon maakte € 21,60 over naar de trofeeënleverancier en kreeg een paar dagen later een pakket thuisbezorgd.
Voor de uitreiking van de Biesheuvelprijs maakten Jori Stam en Joubert Pignon het pakket samen open. Jori Stam bleek de eerste winnaar van de prestigieuze JoJo-prijs. Joubert Pignon werd tweede. Naar alle waarschijnlijkheid wint Joubert Pignon volgend jaar de JoJo-prijs en wordt Jori Stam tweede.
Even later werd de tweede prijs van de avond uitgereikt. Marente de Moor won de Biesheuvelprijs voor haar verhalenbundel Gezellige Verhalen. Op het podium hield ze een grote cheque omhoog. Iedereen klapte. Na afloop wisselden de aanwezigen hun consumptiemunten om voor consumpties. Marente de Moor had haar grote cheque op het podium laten staan. De grote cheque stond op het lege podium. Joubert Pignon keek naar de grote cheque. Het was altijd zijn grote droom geweest om met een grote cheque onder zijn arm in de tram te zitten. Het ging hem niet om het geld. Het ging hem om het beeld van een man die met een grote cheque onder zijn arm in de tram zat.
Nadat hij buiten gerookt had, zag Joubert Pignon Marente de Moor. Ze zat binnen op een bank te wachten. Joubert Pignon feliciteerde haar en vroeg waar haar grote cheque was. Marente de Moor zei dat ze haar grote cheque niet meenam en dat ze nu wachtte op de taxi die haar naar het Volkshotel zou brengen. Joubert Pignon, nooit te beroerd om iedere situatie naar zichzelf toe te trekken, zei dat hij ook een keer in het Volkshotel was geweest. Hij liep de feestruimte in, pakte de cheque, nam de cheque onder zijn arm en liep naar buiten toe. De taxi met Marente de Moor op de achterbank reed weg. Joubert Pignon liep in de richting van de tram.

Share

Persbericht: Jori Stam wint prestigieuze JoJo-prijs

20160206_181512Persbericht: Jori Stam wint prestigieuze JoJo-prijs

Schrijver Jori Stam is de eerste winnaar van de prestigieuze JoJo-prijs.

Einde persbericht.

Share

Tipje van de sluier

Misschien leuk om een tipje van de sluier op te lichten van het boek waar ik nu aan werk. Werktitel: De transformatieve reis van een klapperend gebit met een abondantier erom.

XXX is een XXX roman. Het XXX neemt niet alleen de XXX op de XXX, maar ook XXX zelf. Eerst volgen we XXX als opkomend XXX, daarna tijdens zijn jaren als XXX, vervolgens hoe hij XXX wordt, hierna hoe hij XXX denkt te zijn geworden, met zijn XXX tot gevolg en daarna de XXX naar zijn XXX.
Het XXX bestaat uit verschillende XXX. Het begint als XXX (dit deel van het boek heet ‘XXX’), wordt vervolgens een XXX op XXX en de XXX (dit deel is getiteld ‘De XXX van XXX’) en eindigt als XXX (Dit deel van XXX heet ‘XXX XXX XXX’). XXX wordt doorsneden met stukken uit de XXX waar de twee XXX aan werken of gewerkt hebben (‘XXX’ en ‘XXX’).
Het XXX gaat over XXX en (XXX)XXX, over XXX en XXX, over XXX en XXX, over XXX en XXX.

Share

Idee

Op straat kreeg ik een idee. Ik had het vermoeden dat ik het idee al eerder had gehad, maar als dat zo is was ik het vergeten. Dit komt in de buurt van mijn ideale creatieve leven, dat er ongeveer zo uitziet: een idee krijgen, het uitvoeren, vergeten dat ik het idee heb uitgevoerd, het idee opnieuw krijgen, het idee opnieuw uitvoeren, etc.
Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één boek; dat er een boek is dat ik zo goed vind dat ik het met een zucht dichtsla wanneer ik het uitgelezen heb, even mijmer en dan weer begin bij de eerste pagina. Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één film; dat er een film is die ik zo goed vind dat ik met een zucht de aftiteling afkijk wanneer de film afgelopen is, even mijmer en dan de film opnieuw aanzet. Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één cd; dat er een cd is die ik zo goed vind dat ik de stereotoren met een zucht afzet wanneer de cd afgelopen is, even mijmer en dan de cd weer opzet.
Ik werk al jaren aan een schilderij. Iedere week schilder ik het over, altijd met witte verf. De titel van het schilderij is ‘Painting for people who don’t like paintings’. Schilderijen en exposities moeten Engelstalige titels hebben, anders is het geen echte kunst.
Het idee dat ik bedacht is: ik ga een bloemlezing samenstellen van driehonderdvijftig eenpaginaverhalen. Ieder verhaal moet van een andere schrijver zijn. Omdat ik natuurlijk geen zin heb om meer dan driehonderdvijftig boeken te lezen, verzin ik de schrijvers en de eenpaginaverhalen zelf. Dat gaat een stuk vlotter. Voor iedere verzonnen schrijver verzin ik ook een biografie. Dan krijg je bijvoorbeeld zoiets:

Liefde (door Elenas Eprilo uit Argentinië)
‘Ik weet het zeker, mama,’ zei het meisje tegen haar moeder terwijl de tranen over haar wangen liepen, ‘God bestaat en hij is vol liefde.’
‘Hoe weet je dat zo zeker?’
‘Ik heb hem gezien en hij sprak tegen me, vanuit de hemel. Het is de meest fantastische plek die er is!’ Het meisje klonk zo zeker en zo vurig dat haar moeder haar neerstak met het keukenmes waar ze een ui mee had staan snijden.
Het meisje was nog jong en zonder zonde. Haar leven was verschrikkelijk, ze bedelde op straat. Ze zou ongetwijfeld binnen de kortste keren haar lichaam gaan verkope. In dat geval zou er geen plek voor haar zijn in die fantastische hemel aan de zijde van haar liefdevolle God. Voor de rol die zijzelf speelde zou ze zeker naar de hel gaan, dacht de moeder terwijl ze voor de tiende keer op haar dochter instak.

Elenas Eprilo (1963) is de auteur van het boek ‘Manieren om je innerlijke demonen van het lijf te houden’. Ze werkt als redacteur voor het Argentijnse tijdschrift’ Un dulce vaca no es su’. Ze woont in Berisso met haar man en hun twee dochters.

Share

TweeduizendVenco

Waarschijnlijk heeft u het meekregen: er is weer een nieuw jaar. Zolang sponsoring bij de naamgeving van de jaren nog niet zijn intrede heeft gedaan houden we de oude nummering aan. Na 2015 is het nu dus 2016 en dus niet bijvoorbeeld TweeduizendVenco. Ik ben niet iemand die ambities heeft, zo wil ik niet zijn, daar vecht ik voor. Er zijn wel een paar dingen die me mooi lijken wanneer ze gebeuren in dit nieuwe jaar. Ik zou graag een keer met een grote cheque onder mijn arm in de tram zitten. Ik zou graag de drie manuscripten waar ik nu aan werk afronden. Ik zou graag de nieuwe boeken van Jerry Hormone, Martijn Neggers en Tim Foncke lezen. Ik zou graag een keer in Vlaanderen voorlezen. Ik zou graag zoveel mogelijk dieren aaien. Ik zou graag eindelijk eens dat live-album opnemen. Ik zou graag een Rocky-marathon bij mij thuis organiseren. Er is nog iets anders dat ik graag zou willen, maar wat dat precies is vergeet ik steeds. Ik zou graag beter dingen willen onthouden. Als de dingen die ik graag zou willen niet gebeuren zou ik het niet erg vinden, dat weet ik zeker.

Share

Goodreads

Een bevriende schrijver, laten we hem J.G. noemen – nee. beter: laten we haar G.J. noemen, vertelde mij onlangs, toen wij elkaar troffen in een dranklokaal in de Belgische hoofdstad dat zij (ja, ZIJ dus – she en anglais, elle in french) haar eigen boeken op Goodreads met vier sterren waardeert. Vijf gaat haar te ver. Ze is arrogant but no much so, zou Polophine uit Hamlet zeggen. Het werk van haar collega’s geeft ze één ster. Ze beoordeelt ook boeken die ze niet gelezen heeft. Door gebruik te maken van een dynamisch ip-adres en iedere dag trouw te stemmen op zowel zichzelf als op haar generatiegenoten weet ze zich langzaam op te werken tot de populairste schijfster van haar generatie. Een generatie waar ik ook toe behoor. Toen ik haar sprak had ze gedronken. Ik vroeg haar of ze al veel gedronken had. Ze zei dat ze drie wijntjes gedronken had. Wanneer mensen in verkleinvormen beginnen te praten moet je het met drie vermenigvuldigen. Ik vroeg haar of ze mijn boeken ook zo slecht beoordeelde op Goodreads. Ze zei van niet. Ik wist dat ze loog. Ik kijk iedere dag op Goodreads. Niet omdat het me iets kan schelen of mijn boeken goed of slecht scoren, nee hoor, ik blijf gewoon graag op de hoogte. Ik ben een echte, pure kunstenaar. Positieve of negatieve ontvangst doet me niets, echt waar. Het gaat mij in het hele schrijversgebeuren hier om: in een kamer schrijft iemand iets op een papier, later leest iemand wat er op dat papier geschreven werd en als het meezit doet het geschrevene iets met diegene. Ik vroeg de schrijfster of ze me kon uitleggen hoe het gebruik van een dynamisch ip-adres werkt. ‘Misschien komt het ooit nog ‘van pas’,’ zei ik. Terwijl ik ‘van pas’ zei maakte ik met mijn wijsvingers het aanhalingstekengebaar, een gebaar dat ik alleen uit cartoons van Gummbah kende. Ik vroeg haar of ze iets wilde drinken. Ze zei: ‘No more the thirsty entrance of this soil shall daub her lips with her own children’s blood!’ Ik bestelde twee piña colada’s en ze beloofde me de volgende dag te mailen. Iets waarvan ik wist dat ze het zou vergeten maar waaraan ik haar als ik het zelf niet vergat zou herinneren.

Share

Nagespeeld

Er zijn twee vragen die me altijd gesteld worden. De eerste vraag is: ‘Hoe spreek je je naam uit?’ Het antwoord hierop is: ‘Altijd verkeerd.’ De tweede vraag is: ‘Wat is er in je verhalen echt gebeurd en wat is er verzonnen?’ Het is een lastige vraag, vooral omdat ik er nooit een antwoord op had. Ik wist het nooit, ik vergat altijd wat ik verzon en wat er echt gebeurd was. Inmiddels is er een oplossing. De afgelopen week heb ik met drie vrienden alle verhalen uit mijn twee boeken nagespeeld. De rollen werden eerlijk verdeeld. We mochten alle vier om de beurt de ik-persoon zijn. We speelden alle verhalen na, we gebruikten attributen en lieten de verhalen zoveel mogelijk op de oorspronkelijke locaties plaatsvinden. Hierna waren alle verhalen alsnog echt gebeurd en konden we weer overgaan tot de orde van de dag.

Share

Schouder

Bij de kassa in de supermarkt duwt een oude man me opzij omdat hij er langs moet. Hij heeft niets gekocht, hij zegt niets, hij duwt zijn rollator voort. Ik wacht tot mijn boodschappen aan de beurt zijn om langs het bliepapparaat van de kassière gehaald te worden en kijk de oude man na. Ik heb niets gezegd, ik denk aan de dingen die ik had moeten zeggen.
Voor de bloemenstal stopt de man, pakt een pet uit het mandje van zijn rollator en zet de pet op.
Ik heb geen lege flessen ingeleverd, ik heb geen klantenkaart, ik reken af. Ik pak mijn boodschappen in. Zware dingen in mijn rugtas, minder zware in de boodschappentas.
Buiten zie ik de oude man weer. Terwijl ik hem links passeer tik ik hem rechts op zijn schouder. De man kijkt naar rechts. Net op dat moment splijt boven ons de hemel open.
Sprinkhanen en zwarte takken vallen naar beneden. Ik sta stil en kijk naar boven. Open mond. Wit licht. Sprinkhanen en takken kletteren op de stoep.
De man duwt me opzij. Hij moet er langs.

Share

Persoon

CSEzcAVUYAA81yeIn de brievenrubriek van Propria Cures, misschien wel het beste tijdschrift ter wereld, werd onlangs de suggestie gewekt dat Juliet Gagnon en ik een en dezelfde persoon zijn. Ik las het en hoewel ik het vermoeden had dat Juliet Gagnon en ik twee verschillende mensen zijn, besloot ik het haar voor de zekerheid te vragen. Ik stuurde haar een e-mail. Na een paar dagen antwoordde ze, in het Engels – een taal die ik amper powerfull ben, dat zij het idee had dat wij verschillende personen waren. Okay, antwoordde ik. Later begonnen we toch te twijfelen. Een tijdschrift schrijft zoiets natuurlijk niet voor niets op. Ik heb de mensen van Propria Cures wel eens mogen ontmoeten. Integere journalisten met hart voor de zaak, schrandere vrienden van de waarheid. Juliet Gagnon en ik spraken iets af. We moesten elkaar ontmoeten. Maar we konden elkaar niet zomaar ontmoeten, natuurlijk. Wanneer we wel een en dezelfde persoon zouden blijken te zijn, dan zat die ene persoon urenlang met zichzelf opgescheept op de plek des afspraaks. Ik ken mezelf een beetje, urenlang met mezelf opgescheept zitten is geen pretje. We verzonnen een list. Er werd een literaire middag om onze ontmoeting heen georganiseerd, een dekmantel. De dekmantel vindt aanstaande zondag in Eindhoven plaats. Ik ben benieuwd. Ik heb vaker met dubbelgangers te maken, zie bijvoorbeeld mijn boek ‘Er gebeurde o.a. niets‘ – blz 168 + 169, maar meestal zijn mijn dubbelgangers van hetzelfde geslacht (m/v).

Share

Disclaimer

Er zijn twee vragen die me altijd worden gesteld. De eerste vraag is: Hoe wordt je naam uitgesproken? Het antwoord hierop is: Altijd verkeerd. De tweede vraag is: Zijn je verhalen echt gebeurd? Hierop heb ik nooit een antwoord. Ik geef wel antwoord op de vraag, maar het antwoord klopt nooit. Dit vreet aan me. Ik wil de mensen in alle eerlijkheid tegemoet treden en ze niet bedonderen met fictie. Ik heb nagedacht over een systeem; stukken in verhalen die echt gebeurd zijn worden groen gekleurd, stukken die ik heb bedacht rood. Ik begon het plan uit te voeren en hoewel de verhalen er erg vrolijk door uitzagen, bleek het moeilijk te realiseren – voornamelijk omdat ik zelf vaak niet meer goed weet wat nu echt is en wat niet. Ik ben bang dat zolang ik geen beter systeem heb bedacht we hiermee zullen moeten leren leven: alles is fictie, ga daar gewoon maar voor de zekerheid van uit.
In één geval wil ik een uitzondering maken.
Onlangs schreef ik een verhaal waar ik veel reacties op ontving. Om de sms’jes, dm’s, pb’s, e-mails, whatsapp-berichten, telefoontjes postkaarten en vooral het bezoek aan de deur te stoppen wil ik zeggen dat dit verhaal volledig echt gebeurd is. Op het dansen van de katten na. Ze stonden even op hun achterpoten, maar meer dan een paar seconden zal het niet zijn geweest. Sorry voor de verwarring. De baby in het betreffende verhaal hebben we overigens weggedaan. Een kind bleek bij nader inzien niets voor ons. Gelukkig kwamen we er tijdig achter en hebben we geen jaren verspild aan een opvoeding. Een Bulgaarse fruitteler was bereid het meisje van ons over te nemen in ruil voor een krat appels. We wensen Nura-Dayan een lang en gelukkig leven toe!

Share