Categoriearchief: Verhalen

Mooie lieve schat

Dit najaar verschijnt er een nieuw boek, wederom bestaand uit korte verhalen die samen een groter verhaal vertellen, op dit moment redigeer ik het. Redigeren is: nalezen wat een vroegere versie van jezelf schreef en dit hoofdschuddend om zoveel domheid verbeteren.
De titel is ‘Mooie lieve schat’ – de Grietopdebeeckisering is ook binnengedrongen in mijn oeuvre. Op de blauwe cover is een ruggelings afgebeelde blote kreeft te zien.
Omdat ik niets kan verzinnen is alles autobiografisch, armoedig – ik geef het toe. Ook het gebruik van ‘–’ binnen de diverse zinnen valt me op. Ik ken het juiste gebruik van een streepje (‘–’) in een zin niet – ik gebruik het streepje intuïtief. Omdat ik net-niet afstudeerde als Nederlandicus is de taal me vaak een raadsel.
Omdat ik niets kan verzinnen speelt bijna iedereen die ik de afgelopen twee jaar ontmoette een rol in het boek (ja, ook jij ja!). Ik overwoog even de namen te anonimiseren, maar omdat toch bijna niemand het boek zal lezen laat ik het na. Ik redigeer ‘Mooie lieve schat’ op mijn balkon, de zon schijnt op de eczeemplekken op mijn schenen, ze worden er roder van, maar vanavond zullen ze door de zon minder rood zijn. Het dreigt een dik boek te worden, vooral geschikt voor mensen met een balkon of een grasveld in de buurt van hun huis – en veel te veel tijd. De uitnodiging voor de presentatie volgt nog, het wordt weer een happening van jewelste.
Share

Boekpresentatie

Nu er dit najaar een nieuw boek verschijnt moet ik ook nadenken over de boekpresentatie. Boekpresentaties verlopen altijd zo:
De redacteur zegt dat het een meesterwerk is, de schrijver bedankt mensen en leest iets voor, een beroemdere collega neemt het eerste exemplaar in ontvangst en daarna maakt een familielid van de schrijver muziek op een muziekinstrument. Ondertussen willen de aanwezigen eigenlijk de gratis drank opdrinken en met elkaar praten.
Ik ga kijken of ik op de presentatie van mijn boek aan deze vorm kan ontsnappen.
Ik weet nog niet wat ik ga doen. Op dit moment voel ik het meest voor ’s werelds kortste boekpresentatie. Stipt om 20:00 begint de presentatie. Een minuut lang wijs ik op het boek, ik houd het in de lucht en roep: ‘Boek! Boek! Boek! etc.’ Om 20:01 is de boekpresentatie afgelopen. Tijdens de minuut die de boekpresentatie duurt is er natuurlijk wel gratis drank.

Share

Testbeeld

Ik zit op een bankje aan het Spaarne in Haarlem. Het Spaarne is gewoon een rivier die door Haarlem stroomt, men hoeft er niets voor te doen. Ik heb een duidelijk doel, vanochtend kreeg ik een email van een televisieomroep. Ik heb mijn opschrijfboekje op schoot.
Naast me ligt mijn Korannetje. In noodgevallen kan ik altijd terugvallen op de wijze woorden die de aartsengel Gabriel dagenlang aan de analfabeet Mohammed dicteerde.
Een televisiepresentator at laatst een lekkere croissant en was van deze croissant zo onder de indruk dat hij er een zevendelige televisieserie over wil maken. Ik ben gevraagd mee te denken. Tot nu toe heb ik dit opgeschreven:

Aflevering 1: De presentator gaat op zoek naar wat de croissant met hem deed
Aflevering 2: De presentator interviewt bekende mensen over hun ultieme croissantervaring
Aflevering 3: De presentator twijfelt of dit wel de lekkerste croissant was die hij ooit at
Aflevering 4: De presentator gaat op zoek naar wat de betekenis van de croissant is in de huidige samenleving
Aflevering 5: De presentator gaat in gesprek met mensen die zich op twitter uitlieten over croissants

Ik denk diep na, het is een belangrijk en fascinerend onderwerp. Ik wil daarnaast wel eens meer verdienen dan vijfhonderd euro per maand.
Een paar bankjes verder zit een man, hij maakt boksbewegingen en roept: ‘Terwijl de rijken in hun villa’s tekkels wassen zit ik hier!’
Een boot met een Duitse vlag vaart voorbij. Water klotst tegen de kade. De kade is een paar jaar geleden vernieuwd.
Ik word op mijn schouder getikt. Ik draai mijn hoofd om en zie een vrouw met een grote zonnebril op. Achter haar staat een man, hij heeft ook een grote zonnebril op, ze dragen identieke witte sportschoenen. De vrouw vraagt me met een Amerikaans accent, in het Engels – voor het gemak vertaal ik het hier even – waar in Haarlem de onderwatermonsters zijn. Ik zeg dat ik het niet weet. Ik zeg het in het Engels, waarom ook niet, ik ben de taal voor misschien twintig procent machtig, maar wil het de vrouw zo makkelijk mogelijk maken. De vrouw zegt dat niemand de onderwatermonsters ooit heeft gezien, maar dat ze toch een populaire toeristische attractie zijn. Ik zeg nog een keer dat ik het niet weet, dat ik eigenlijk bijna niets weet, dat ik dit niet expres doe, maar dat dit gewoon is zoals het is.
Zonder me te bedanken lopen de man en de vrouw weg.
Ik sla mijn Korannetje open en lees:

Telkenmale wanneer zij
in hun angst
daaraan willen ontkomen
worden zij erin teruggebracht
en:
Smaakt de bestraffing
van de brand!

Ik wil me natuurlijk nergens mee bemoeien maar het dicteren van een boek aan een analfabeet komt de leesbaarheid van dat boek niet per se ten goede.
Misschien kan in aflevering zes de presentator een croissant eten, hij moet er een hele aflevering over doen, hij zegt niets. Terwijl de aftiteling loopt wordt ingezoomd op de kruimels rond zijn mond. Aflevering zeven bestaat uit testbeeld.

Share

Één, een, één, etc.

Ik heb één broek. Op de broek zit een plak hard geworden secondelijm van de keer dat ik de zool van mijn enige paar schoenen zelf lijmde. Ik heb één grijs t-shirt dat ooit zwart was. Onder de oksels zitten harde witte plekken. Ik heb een onderbroek met een gat ter hoogte van mijn perineum.
De ventilator die de stank naar buiten moet blazen zodat mijn huis niet al te erg stinkt maakt knarsende geluiden. Het is het enige geluid in huis.
Ik heb twee sokken, gele sokken, maar ben één van de sokken kwijt.
Tegen mijn muur staan stapels onverkochte boeken. Ze werden toch redelijk besproken.
Mensen die me vroegen een weekje op hun huisdieren te passen kwamen ze nooit ophalen. Meerdere katten, hoeveel weet ik niet precies – ik ben geen dierenhater, maar vind alle katten er ongeveer hetzelfde uitzien – een hond, een handvol cavia’s en vooral veel planten. Of zijn planten geen huisdieren?
Had ik maar beter opgelet tijdens biologieles. Ik weet natuurlijk wel dat flora en fauna meestal in één adem worden genoemd, maar dat er na het ademhalen een grote mits volgt.
De handvol cavia’s rent voorbij. Ze ontwijken vaardig flessen op de grond.
Is dit mijn woning? De gordijnen zijn dicht. Het zou zomaar middag kunnen zijn.
Ik ga met mijn ene gele sok voor de spiegel staan. Ik stop mijn lul in de sok en plas. Plas loopt door de sok, in de sok zitten geen gaten. Ik klem de sok tussen mijn bovenlip en neus.
Zo zou ik er dus uit zien als ik een snor had.

Share

Persbericht: Joubert Pignon wint prestigieuze JoJo-prijs

Persbericht: Joubert Pignon wint prestigieuze JoJo-prijs

Schrijver Joubert Pignon is de winnaar van de prestigieuze JoJo-prijs 2017. Vorig jaar won schrijver Jori Stam de prestigieuze JoJo-prijs.

Einde persbericht.

Share

Bitterbal

Mijn hoofd werkt traag. Daarom probeer ik zo min mogelijk na te denken. Toch bedenk ik soms iets. Er liggen vier boeken op de plank. Dit jaar rond ik die af, dan ben ik de komende acht jaar onder de pannen. Daarna ga ik me volledig op de bitterbal richten. De afgelopen dagen ben ik door Nederland gereisd en heb ik overal bitterballen gegeten. Er is nog een hoop winst te behalen op het gebied van de bitterbal. Er bestaat een boek waarin de bitterbal ‘de keizer der snacks’ wordt genoemd. Ikzelf zou de bitterbal eerder ‘zkv der snacks’ noemen. Vanaf 2018 ga ik iedere dag een andere vegetarische bitterbal maken. Tot die tijd oefen ik iedere dag door iedere dag een andere vegetarische bitterbal te maken. Vanavond maak ik een kikkererwten-koriander-feta-bitterbal.

Share

Belofte

(Korte inhoud van het voorafgaande:)
Arnon Grunberg verwachte niet dat Donald Trump president van Amerika zou worden. Als dit toch zou gebeuren zou hij (Grunberg) duizend Volkskrantlezers op een glas wijn of wodka trakteren – dat schreef hij in zijn dagelijkse column.
Donald Trump werd gekozen tot president van Amerika, Grunberg kwam gisteren zijn belofte na.

(Een stukje duiding:)
Iedere ochtend word ik om een uur of vijf wakker naast een lege fles en een half leeggedronken glas. Dan lees ik De Volkskrant en drink ik het halve glas in kleine slokjes leeg. Daarna ga ik weer slapen.
Op een dag las ik dat Arnon Grunberg lezers van de krant opriep zich te melden. Hij zou ze trakteren. Ik stuurde een mail, las de krant uit, dronk mijn glas leeg en ging weer slapen.

(Omdat ieder verhaal ergens moet beginnen begint dit verhaal hier:)
Ik ben een kwartier te vroeg. Voor mijn doen is dit rijkelijk laat. Bij de ingang van het Amsterdamse American Hotel op het Leidseplein staat een bordje: Arnon Grunberg Event. Ik loop de stenen trap op, ga de draaideur door en zie een lange rij mensen staan. Aan het einde van de rij, naast de ingang van de bar van het hotel staat Arnon Grunberg. Hij schudt handen en gaat op de foto met zijn fans. Ik sluit achteraan in de rij. Ik heb nog nooit zoveel bejaarde blanken bij elkaar gezien. Het wordt steeds drukker. Mensen komen vast te zitten in de draaideur. Ik zie hoe door het glas een man naar de auteursfoto achterop zijn meegebrachte exemplaar van Joe Speedboot kijkt, naar Arnon Grunberg kijkt en weer naar de auteursfoto achterop het boek kijkt.
Wanneer ik bij de ingang van de bar ben moet ik mijn naam noemen. Ik noem mijn naam, een meisje zoekt mijn naam op een lijst op, zet een vinkje achter mijn naam en geeft me een consumptiemunt. In ruil voor de munt kan ik een glas wijn of wodka krijgen.
Ik ga in de rij voor de bar staan.
Met een glas wijn in mijn hand leun ik tegen een muur. Ik neem kleine slokjes. Ik moet met dit glas een uur of twee doen. Sinds vanochtend heb ik niets meer gedronken.
Steeds meer mensen kijken mijn kant op. Ze wijzen naar me en fluisteren naar elkaar. Ik sta vlak naast twee klapdeuren naar de keuken. Naast mijn voeten is een knop. Personeel dat door de klapdeuren wil schopt tegen de knop waarna de klapdeuren open gaan en het personeel door de klapdeuren naar de keuken kan lopen.
Ineens staat een vrouw voor me. Ze houdt een leeg glas vast. Zo te zien koos ze voor wodka. Ze vraagt of ik Joubert Pignon ben. ‘Soms wel,’ zeg ik, ‘maar vandaag ben ik hier gewoon als mezelf.’ Ze zegt dat ze mijn verhaal over Arnon Grunberg heeft gelezen, over dat ik hem opzoek in New York en dat ze daar allerminst van gecharmeerd was. Ik zeg dat het verhaal fictie was. Ze zegt dat ze daar niets van gelooft. ‘Waarom zou iemand zoiets verzinnen?’ vraagt ze. Ik zeg dat ik dat nu eenmaal doe, dingen verzinnen omdat ik niet kan omgaan met de werkel… Ze onderbreekt me door haar hand tegen mijn mond te drukken. Ze draait zich om naar de rest van de mensen en roept: ‘Hij is het!’ Ik word omsingeld door mensen. Ze schreeuwen van alles en nog wat tegen me, maar waar het in principe op neerkomt is dat ze het walgelijk vinden dat ik probeer te scoren ten koste van een beroemdere collega. Voordat ik iets terug kan zeggen ben ik op de grond geslagen en trappen de fans van Arnon Grunberg op me in. Ik probeer mijn hoofd te beschermen. Ik lig tegen de knop en de klapdeuren naar de keuken gaan open en weer dicht, open en weer dicht. De vloer mag hier trouwens ook wel eens geboend worden.
Wanneer ik bijkom draag ik op een sok na niets. Mijn rechtersok zit ineens aan mijn linkervoet. De bar is verlaten. Nergens staan meer lege glazen. De mensen zijn weg. Liggend trek ik mijn sok uit en doe hem aan mijn rechtervoet. Naast me zie ik een schoen. Een nette herenschoen. Ik kijk omhoog, de schoen gaat over in een pantalon, de pantalon gaat over in een colbertjasje en het colbertjasje gaat over in het hoofd van Arnon Grunberg. Uit het hoofd van Arnon Grunberg komt een klodder spuug die, omdat ik mijn hoofd opzij draai, in mijn oor belandt. Aan mijn andere kant staat ook een schoen, ook al van Arnon Grunberg. Hij staat voorovergebogen over me heen. Door zijn pantalon heen kan ik zien dat hij geen onderboek draagt. Arnon Grunberg zegt tegen me: ‘Voortaan gaan we een beetje normaal doen, he?’

Share

Literataart

Ik heb een plan bedacht. Geen paniek, dit gebeurt vaker, gelukkig voer ik mijn plannen zelden tot nooit uit. Uiteindelijk zit ik altijd toch weer, alleen, drinkend en rokend in een kamer – een cd van Hank Mobley staat op – een stukje te schrijven. Dat is mijn leven. Het is met wat fantasie een leven te noemen.
Dit is het plan:
Iedere maand ga ik op de laatste zaterdagnamiddag in gesprek met een schrijver (m/v) die ik goed vind over zijn of haar werk op een nader te bepalen plek.
Mijn zusje maakt taarten. Ze doet nog meer dingen, maar omwille van haar privacy houd ik het hier bij. Ze weet nog van niets. Mijn zusje maakt een taart geïnspireerd op het werk van de auteur. Tijdens het gesprek eten we van de taart. Mocht er publiek zijn komen opdagen dan krijgt het publiek ook taart. Het gesprek kan tien minuten of twee uur duren, of iets er tussenin. Het gesprek ontstaat improviserend en associërend, er is voor van alles ruimte.
De werktitel van dit plan is: Literataart.
Is dit wat?
Geef je mening in de comments!

Share

Biesheuvelprijs

Er kan weer gedoneerd worden voor de Biesheuvelprijs! Een prachtige prijs die komend jaar (2017) voor de derde keer wordt uitgereikt aan de beste verhalenbundel van het afgelopen jaar (2016).
 
Schrijvers van korte korte verhalen kregen gelukkig een standje van de jury om ze scherp en op het juiste spoor te houden. In het juryrapport stonden zinnen als
‘Maar het extreem kortebaanwerk mist vaak ook een zekere hechtheid en eenheid die de verhalen die samen in de bundel staan meerwaarde geeft.’
en
‘Zo vonden wij een aantal op het oog veelbelovende titels meer verzamelbundels dan verhalenbundels. We kregen zo nu en dan de indruk dat een bundel vooral een verzameling was van alle verhalen die een auteur in de loop der tijd had geschreven, zonder dat er nog een strenge selectie had plaatsgevonden. Hierdoor misten deze bundels scherpte en een dwingende compositie. Wat een goede verhalenbundel zo bijzonder maakt is dat het geheel meer is dan de som der delen, dat de geselecteerde verhalen elkaar versterken en daadwerkelijk een boek vormen met elkaar.’
 
Dat de man die het zeer korte verhaal eigenhandig op de kaart zette, en drie uur in de auto zat om bij de uitreiking aanwezig te zijn en op de voorste rij gezet werd, hiernaar moest luisteren laat de eigengereidheid en onafhankelijkheid van de jury zien. Dat is erg goed en knap en bewonderenswaardig.
 
Laten we hopen dat de komende winnaar zijn of haar bundels wel schrijft en samenstelt volgens de regels die de jury in het hoofd heeft en niet al te korte korte verhalen schrijft. [ <= dit weg, gr. redactie ]
 
Geef dus gul! De winnaar krijgt o.a een grote cheque en ik beloof met mijn hand op mijn hart de cheque dit keer niet te jatten.
 
Share

Oefenen

Ik wil Belg worden. Zo, het hoge woord is er uit. Vlaming of Waal, daar ben ik nog niet uit. Ik moet dit land ontvluchten. Laatst werd ik via-via benaderd om Stadsdichter van Haarlem te worden. Ik zei dat ik het op zich wel wilde doen maar dat ik nog nooit een gedicht geschreven had en niet van plan ben het ooit te doen. Het maakte allemaal niet uit. Ik zou vijfhonderd euro per gedicht krijgen. Daardoor deed ik het niet. Ik vind dat met kunst geen geld moet worden verdiend. Wanneer mensen me vragen een factuur te sturen voor een geschreven verhaal of een optreden weiger ik altijd beleefd en zeg dan dat ik een ware kunstenaar ben, die liever in magazijnen, winkels en fabrieken werkt dan geld te vragen voor de verhalen die hij met pijn en moeite uit zijn schrijfpen perst, er eindeloos aan slijpt, tot er geen fouten meer in staan en ieder plek op de juiste woord staat. Alleen al over deze zin deed ik een week.
Vanaf 22 november verblijf ik minstens een maand in Brussel om te oefenen. Ik ga kijken of het Belg-zijn iets voor mij is. Waal of Vlaming, ik zal het gaan zien. Wanneer alles mislukt, is er altijd nog Luxemburg. Naar het schijnt slaan ze hun kunstenaars daar iedere dag met vlakke hand, om ze scherp te houden en niet te laten verslappen. Voor ieder gedicht dat een Luxemburgse schrijver schrijft moet hij de regering zeshonderddertig euro betalen.
 
Share