Categoriearchief: Verhalen

Ondertussen

Over de rol die schrijven in mijn leven speelt is veel te zeggen en dat is gelijk een goede reden het niet op te schrijven.
Ik tekende een contract bij Atlas Contact waardoor ik tot minstens 2023 aan de uitgeverij verbonden ben. Binnenkort maken we een champagnefoto voor op social media.
Ik verwacht nog zesendertig jaar te leven.
Ik heb drie boeken op de plank liggen en werk nu met iemand anders aan een vierde.
Omdat niet alle mensen mijn boeken lezen geef ik vast het einde van de drie boeken weg: ze gaan uit elkaar, hij ontmoet een nieuwe liefde die hem ook weer verlaat en de twee zinnen die aan het begin en het einde van zijn debuut te lezen waren zijn weer van toepassing.
Ik zit tegenwoordig alleen in een woning waar ik alleen woon. Ik kijk naar hoe mensen karton in de glasbak proppen en zit onderuitgezakt zodat ze mij niet zien.
Ondertussen wacht ik tot het internet in mijn woning geleverd wordt. In de tussentijd schrijf ik mijn berichten op een telefoon met draaischijf.

Share

Genieën

In de supermarkt lopen bijna alleen maar genieën rond. Het is een eer in hun midden boodschappen te mogen doen. Sommige genieën vegen het kwijl van hun gezicht terwijl ze door de glazen deur van de diepvries naar ingevroren bosbessen kijken. Andere genieën bespreken luid pratend door hun mobiele telefoon tegen iemand aan de andere kant van de lijn ziektes van buurtgenoten. Hier en daar fatsoeneert een genie de joggingbroek. Wanneer een van de genieën ziet dat je naar de kassa loopt zet het genie er flink de vaart in en manoeuvreert zijn of haar boodschappenkarretje snel voor je. Dan kijk je naar wat genieën allemaal kopen: witte kadetjes, katteneten, ingevroren snacks, halve liters bier, toiletpapier, kip, appelflappen, frisdrank met prik, vlees, zakken rijst, kip, blikvoer, maandverband, plakken kaas, etc. Genieën zijn gretige consumenten. Na afgerekend te hebben en alle zegeltjes gekregen te hebben waar ze recht op hadden lopen de genieën met hun karretjes naar hun auto’s, laden de boodschappen in, geven de boodschappenkarretjes een zet en rijden naar huis om de boodschappen op te ruimen en daarna na te denken over van alles en nog wat.

Share

Wim Brands

Omdat hij wist dat het op zijn geweten hebben van onze dood slecht zou staan op zijn cv had redacteur Jelte Nieuwenhuis zijn rijstijl aangepast terwijl hij met ons in de auto naar Enschede reed voor een optreden. Wim Brands zat naast de redacteur. Hij hield de deurgreep stevig vast. Emma Curvers en ik zaten achterin en aten van de drop die Jelte had meegebracht. Wanneer we onze voeten verplaatsten kraakte kinderspeelgoed onder onze voeten. Emma en ik waren twee van de schrijvers die waren opgenomen in een bloemlezing die Wim Brands samenstelde. Om de verkoop van de bloemlezing te bevorderen gingen we voorlezen in Boekhandel Broekhuis in Enschede. Wim Brands praatte de hele weg, het was een lange rit, hij vertelde welke schrijvers er allemaal geen reet van konden. Niemand kon er eigenlijk een reet van, daar kwam het op neer.
In Enschede aten we patat met zwarte peper. Wim Brands nam ook een broodje falafel. In de boekhandel noemde hij Erik Hoekstra, die ons had uitgenodigd, de hele tijd Peter. Erik zei steeds dat hij Erik heette, maar Wim Brands bleef hem Peter noemen.
Wim Brands stelde me vragen over mijn werk en ik gaf geen antwoorden op zijn vragen, maar wel antwoorden. Hij liet me mijn gang gaan en ik denk dat dat zijn kracht als interviewer tekende.
Na Enschede kwam ik Wim Brands vaak tegen. Dan maakten we altijd een praatje. Hij vroeg me hoe ik over een bepaalde schrijver of een bepaalde ontwikkeling in de literatuur dacht. Wanneer ik het vertelde zei hij dat ik me vergiste en dan zei hij hoe ik het eigenlijk zou moeten zien. Daarna vroeg hij me nog een keer hoe ik er nu tegenaan keek. Wanneer ik weer niet het goede antwoord gaf zuchtte hij en zei hij: ‘Ik leg het je nog één keer uit.’
 
Share

Jubileum

12321426_626432674173455_1234217435585035503_nOp vrijdag 1 april is het precies een jaar geleden dat mijn tweede boek, het derde boek dat ik schreef, verscheen. Het boek heet ‘Huil maar, ik wens je uitstel toe’. Het bevat 141 verhalen die samen, als je er oog voor hebt, een geheel vormen. Er volgt geen herdenking, er is geen speciale actie, er is geen korting.  Eigenlijk zonde. Oké. Er komt wel een herdenking. Er komt een speciale actie. Met korting. Vrijdag 1 april zit ik vanaf 20:00 aan een tafel in Café Briljant te Haarlem. Ik heb een stapel boeken, ik schreef de boeken zelf, bij me. Ik verkoop de boeken voor een spotprijs en signeer ze desgewenst. Natuurlijk komt er niemand en zit ik de hele avond alleen aan een tafel, betaal ik aan het einde van de avond per pin de rekening van veertig euro, en sta ik de volgende ochtend weer vroeg op om te werken. Gelukkig heb ik ’s avonds iets te lezen bij me.

Share

Ter vermaak

Minachtend snuivend leest een man de krant. Hij kijkt duidelijk neer op het wereldnieuws. Wij zitten aan de andere kant van de eersteklascoupe, tegenover elkaar. We doen alsof we in onze boeken lezen, maar we luisteren naar de man. Zuchtend maakt de man een prop van zijn krant en stopt hem in de prullenbak. Hij kijkt uit het raam en maakt smakkende geluiden. Daarna zucht hij diep. Daarna maakt hij mompelende geluiden. We schieten niet op in onze boeken. Bij het station waar hij er uit moet staat de man op en loopt hij langs ons. Hij schopt de beker koffie van een van ons om. Een van ons had de beker op de grond gezet omdat hij dacht dat de beker leeg was. De koffie stroomt over de grond van de eersteklascoupe. De man haalt zijn krant uit de prullenbak en geeft hem aan ons. We leggen de krantenpagina’s over de koffie op de grond zodat de koffie in de krant kan trekken.
Nadat hij is uitgestapt bedenken we: Die man gebruikt zijn lichaam ter vermaak. Door er geluiden mee te maken vermaakt hij zichzelf.
We lezen verder in onze boeken. We leren dat de negerleiders van Kordofon door de heersers eerst met vrouwen en fruit werden ontvangen, maar dat oorlog uiteindelijk onvermijdelijk bleek.

Share

Prijzen

De Biesheuvelprijs had geen longlist en geen shortlist. Alle verhalenbundels waarvan de uitgeverij de moeite nam om er een postzegel op te plakken en naar de jury te sturen maakten kans op de prijs. De bundels van Jori Stam en Joubert Pignon werden door hun uitgever naar de jury van de Biesheuvelprijs gestuurd. Per mail hadden de twee schrijvers contact met elkaar.
Jori Stam dacht dat Joubert Pignon de prijs zou gaan winnen, Joubert Pignon dacht dat Marente de Moor de prijs zou gaan winnen.
Ze bedachten dat het een goed idee was wanneer ze een eigen prijs in het leven riepen: de JoJo-prijs. Het ene jaar wint de een de prijs, het andere jaar de ander. Maar wie moest nu de eerste winnaar van de JoJo-prijs worden? Jori en Joubert kwamen er niet uit. Ze riepen de hulp in van redacteur Sander Blom. Sander Blom moest een getal onder de tien in zijn hoofd nemen. Degene die het getal goed raadde zou de eerste winnaar van de JoJo-prijs worden. Maar wie mocht beginnen met raden? Om dat te bepalen moest Sander Blom een ander getal onder de tien in zijn hoofd nemen. Degene die als eerste dit tweede getal goed raadde, mocht beginnen met raden naar het eerste getal. Maar hoe te bepalen wie nu mocht beginnen met raden?
Via internet bestelde Joubert Pignon een trofee. Hij vroeg degene die het plaatje zou graveren om een van deze twee namen te graveren: ‘Jori Stam’ of ‘Joubert Pignon’.
Joubert Pignon maakte € 21,60 over naar de trofeeënleverancier en kreeg een paar dagen later een pakket thuisbezorgd.
Voor de uitreiking van de Biesheuvelprijs maakten Jori Stam en Joubert Pignon het pakket samen open. Jori Stam bleek de eerste winnaar van de prestigieuze JoJo-prijs. Joubert Pignon werd tweede. Naar alle waarschijnlijkheid wint Joubert Pignon volgend jaar de JoJo-prijs en wordt Jori Stam tweede.
Even later werd de tweede prijs van de avond uitgereikt. Marente de Moor won de Biesheuvelprijs voor haar verhalenbundel Gezellige Verhalen. Op het podium hield ze een grote cheque omhoog. Iedereen klapte. Na afloop wisselden de aanwezigen hun consumptiemunten om voor consumpties. Marente de Moor had haar grote cheque op het podium laten staan. De grote cheque stond op het lege podium. Joubert Pignon keek naar de grote cheque. Het was altijd zijn grote droom geweest om met een grote cheque onder zijn arm in de tram te zitten. Het ging hem niet om het geld. Het ging hem om het beeld van een man die met een grote cheque onder zijn arm in de tram zat.
Nadat hij buiten gerookt had, zag Joubert Pignon Marente de Moor. Ze zat binnen op een bank te wachten. Joubert Pignon feliciteerde haar en vroeg waar haar grote cheque was. Marente de Moor zei dat ze haar grote cheque niet meenam en dat ze nu wachtte op de taxi die haar naar het Volkshotel zou brengen. Joubert Pignon, nooit te beroerd om iedere situatie naar zichzelf toe te trekken, zei dat hij ook een keer in het Volkshotel was geweest. Hij liep de feestruimte in, pakte de cheque, nam de cheque onder zijn arm en liep naar buiten toe. De taxi met Marente de Moor op de achterbank reed weg. Joubert Pignon liep in de richting van de tram.

Share

Tipje van de sluier

Misschien leuk om een tipje van de sluier op te lichten van het boek waar ik nu aan werk. Werktitel: De transformatieve reis van een klapperend gebit met een abondantier erom.

XXX is een XXX roman. Het XXX neemt niet alleen de XXX op de XXX, maar ook XXX zelf. Eerst volgen we XXX als opkomend XXX, daarna tijdens zijn jaren als XXX, vervolgens hoe hij XXX wordt, hierna hoe hij XXX denkt te zijn geworden, met zijn XXX tot gevolg en daarna de XXX naar zijn XXX.
Het XXX bestaat uit verschillende XXX. Het begint als XXX (dit deel van het boek heet ‘XXX’), wordt vervolgens een XXX op XXX en de XXX (dit deel is getiteld ‘De XXX van XXX’) en eindigt als XXX (Dit deel van XXX heet ‘XXX XXX XXX’). XXX wordt doorsneden met stukken uit de XXX waar de twee XXX aan werken of gewerkt hebben (‘XXX’ en ‘XXX’).
Het XXX gaat over XXX en (XXX)XXX, over XXX en XXX, over XXX en XXX, over XXX en XXX.

Share

Idee

Op straat kreeg ik een idee. Ik had het vermoeden dat ik het idee al eerder had gehad, maar als dat zo is was ik het vergeten. Dit komt in de buurt van mijn ideale creatieve leven, dat er ongeveer zo uitziet: een idee krijgen, het uitvoeren, vergeten dat ik het idee heb uitgevoerd, het idee opnieuw krijgen, het idee opnieuw uitvoeren, etc.
Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één boek; dat er een boek is dat ik zo goed vind dat ik het met een zucht dichtsla wanneer ik het uitgelezen heb, even mijmer en dan weer begin bij de eerste pagina. Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één film; dat er een film is die ik zo goed vind dat ik met een zucht de aftiteling afkijk wanneer de film afgelopen is, even mijmer en dan de film opnieuw aanzet. Het liefst zou ik ook genoeg hebben aan één cd; dat er een cd is die ik zo goed vind dat ik de stereotoren met een zucht afzet wanneer de cd afgelopen is, even mijmer en dan de cd weer opzet.
Ik werk al jaren aan een schilderij. Iedere week schilder ik het over, altijd met witte verf. De titel van het schilderij is ‘Painting for people who don’t like paintings’. Schilderijen en exposities moeten Engelstalige titels hebben, anders is het geen echte kunst.
Het idee dat ik bedacht is: ik ga een bloemlezing samenstellen van driehonderdvijftig eenpaginaverhalen. Ieder verhaal moet van een andere schrijver zijn. Omdat ik natuurlijk geen zin heb om meer dan driehonderdvijftig boeken te lezen, verzin ik de schrijvers en de eenpaginaverhalen zelf. Dat gaat een stuk vlotter. Voor iedere verzonnen schrijver verzin ik ook een biografie. Dan krijg je bijvoorbeeld zoiets:

Liefde (door Elenas Eprilo uit Argentinië)
‘Ik weet het zeker, mama,’ zei het meisje tegen haar moeder terwijl de tranen over haar wangen liepen, ‘God bestaat en hij is vol liefde.’
‘Hoe weet je dat zo zeker?’
‘Ik heb hem gezien en hij sprak tegen me, vanuit de hemel. Het is de meest fantastische plek die er is!’ Het meisje klonk zo zeker en zo vurig dat haar moeder haar neerstak met het keukenmes waar ze een ui mee had staan snijden.
Het meisje was nog jong en zonder zonde. Haar leven was verschrikkelijk, ze bedelde op straat. Ze zou ongetwijfeld binnen de kortste keren haar lichaam gaan verkope. In dat geval zou er geen plek voor haar zijn in die fantastische hemel aan de zijde van haar liefdevolle God. Voor de rol die zijzelf speelde zou ze zeker naar de hel gaan, dacht de moeder terwijl ze voor de tiende keer op haar dochter instak.

Elenas Eprilo (1963) is de auteur van het boek ‘Manieren om je innerlijke demonen van het lijf te houden’. Ze werkt als redacteur voor het Argentijnse tijdschrift’ Un dulce vaca no es su’. Ze woont in Berisso met haar man en hun twee dochters.

Share

TweeduizendVenco

Waarschijnlijk heeft u het meekregen: er is weer een nieuw jaar. Zolang sponsoring bij de naamgeving van de jaren nog niet zijn intrede heeft gedaan houden we de oude nummering aan. Na 2015 is het nu dus 2016 en dus niet bijvoorbeeld TweeduizendVenco. Ik ben niet iemand die ambities heeft, zo wil ik niet zijn, daar vecht ik voor. Er zijn wel een paar dingen die me mooi lijken wanneer ze gebeuren in dit nieuwe jaar. Ik zou graag een keer met een grote cheque onder mijn arm in de tram zitten. Ik zou graag de drie manuscripten waar ik nu aan werk afronden. Ik zou graag de nieuwe boeken van Jerry Hormone, Martijn Neggers en Tim Foncke lezen. Ik zou graag een keer in Vlaanderen voorlezen. Ik zou graag zoveel mogelijk dieren aaien. Ik zou graag eindelijk eens dat live-album opnemen. Ik zou graag een Rocky-marathon bij mij thuis organiseren. Er is nog iets anders dat ik graag zou willen, maar wat dat precies is vergeet ik steeds. Ik zou graag beter dingen willen onthouden. Als de dingen die ik graag zou willen niet gebeuren zou ik het niet erg vinden, dat weet ik zeker.

Share

Goodreads

Een bevriende schrijver, laten we hem J.G. noemen – nee. beter: laten we haar G.J. noemen, vertelde mij onlangs, toen wij elkaar troffen in een dranklokaal in de Belgische hoofdstad dat zij (ja, ZIJ dus – she en anglais, elle in french) haar eigen boeken op Goodreads met vier sterren waardeert. Vijf gaat haar te ver. Ze is arrogant but no much so, zou Polophine uit Hamlet zeggen. Het werk van haar collega’s geeft ze één ster. Ze beoordeelt ook boeken die ze niet gelezen heeft. Door gebruik te maken van een dynamisch ip-adres en iedere dag trouw te stemmen op zowel zichzelf als op haar generatiegenoten weet ze zich langzaam op te werken tot de populairste schijfster van haar generatie. Een generatie waar ik ook toe behoor. Toen ik haar sprak had ze gedronken. Ik vroeg haar of ze al veel gedronken had. Ze zei dat ze drie wijntjes gedronken had. Wanneer mensen in verkleinvormen beginnen te praten moet je het met drie vermenigvuldigen. Ik vroeg haar of ze mijn boeken ook zo slecht beoordeelde op Goodreads. Ze zei van niet. Ik wist dat ze loog. Ik kijk iedere dag op Goodreads. Niet omdat het me iets kan schelen of mijn boeken goed of slecht scoren, nee hoor, ik blijf gewoon graag op de hoogte. Ik ben een echte, pure kunstenaar. Positieve of negatieve ontvangst doet me niets, echt waar. Het gaat mij in het hele schrijversgebeuren hier om: in een kamer schrijft iemand iets op een papier, later leest iemand wat er op dat papier geschreven werd en als het meezit doet het geschrevene iets met diegene. Ik vroeg de schrijfster of ze me kon uitleggen hoe het gebruik van een dynamisch ip-adres werkt. ‘Misschien komt het ooit nog ‘van pas’,’ zei ik. Terwijl ik ‘van pas’ zei maakte ik met mijn wijsvingers het aanhalingstekengebaar, een gebaar dat ik alleen uit cartoons van Gummbah kende. Ik vroeg haar of ze iets wilde drinken. Ze zei: ‘No more the thirsty entrance of this soil shall daub her lips with her own children’s blood!’ Ik bestelde twee piña colada’s en ze beloofde me de volgende dag te mailen. Iets waarvan ik wist dat ze het zou vergeten maar waaraan ik haar als ik het zelf niet vergat zou herinneren.

Share