Auteursarchief: Joubert Pignon

Bitterbal

Mijn hoofd werkt traag. Daarom probeer ik zo min mogelijk na te denken. Toch bedenk ik soms iets. Er liggen vier boeken op de plank. Dit jaar rond ik die af, dan ben ik de komende acht jaar onder de pannen. Daarna ga ik me volledig op de bitterbal richten. De afgelopen dagen ben ik door Nederland gereisd en heb ik overal bitterballen gegeten. Er is nog een hoop winst te behalen op het gebied van de bitterbal. Er bestaat een boek waarin de bitterbal ‘de keizer der snacks’ wordt genoemd. Ikzelf zou de bitterbal eerder ‘zkv der snacks’ noemen. Vanaf 2018 ga ik iedere dag een andere vegetarische bitterbal maken. Tot die tijd oefen ik iedere dag door iedere dag een andere vegetarische bitterbal te maken. Vanavond maak ik een kikkererwten-koriander-feta-bitterbal.

Share Button

Belofte

(Korte inhoud van het voorafgaande:)
Arnon Grunberg verwachte niet dat Donald Trump president van Amerika zou worden. Als dit toch zou gebeuren zou hij (Grunberg) duizend Volkskrantlezers op een glas wijn of wodka trakteren – dat schreef hij in zijn dagelijkse column.
Donald Trump werd gekozen tot president van Amerika, Grunberg kwam gisteren zijn belofte na.

(Een stukje duiding:)
Iedere ochtend word ik om een uur of vijf wakker naast een lege fles en een half leeggedronken glas. Dan lees ik De Volkskrant en drink ik het halve glas in kleine slokjes leeg. Daarna ga ik weer slapen.
Op een dag las ik dat Arnon Grunberg lezers van de krant opriep zich te melden. Hij zou ze trakteren. Ik stuurde een mail, las de krant uit, dronk mijn glas leeg en ging weer slapen.

(Omdat ieder verhaal ergens moet beginnen begint dit verhaal hier:)
Ik ben een kwartier te vroeg. Voor mijn doen is dit rijkelijk laat. Bij de ingang van het Amsterdamse American Hotel op het Leidseplein staat een bordje: Arnon Grunberg Event. Ik loop de stenen trap op, ga de draaideur door en zie een lange rij mensen staan. Aan het einde van de rij, naast de ingang van de bar van het hotel staat Arnon Grunberg. Hij schudt handen en gaat op de foto met zijn fans. Ik sluit achteraan in de rij. Ik heb nog nooit zoveel bejaarde blanken bij elkaar gezien. Het wordt steeds drukker. Mensen komen vast te zitten in de draaideur. Ik zie hoe door het glas een man naar de auteursfoto achterop zijn meegebrachte exemplaar van Joe Speedboot kijkt, naar Arnon Grunberg kijkt en weer naar de auteursfoto achterop het boek kijkt.
Wanneer ik bij de ingang van de bar ben moet ik mijn naam noemen. Ik noem mijn naam, een meisje zoekt mijn naam op een lijst op, zet een vinkje achter mijn naam en geeft me een consumptiemunt. In ruil voor de munt kan ik een glas wijn of wodka krijgen.
Ik ga in de rij voor de bar staan.
Met een glas wijn in mijn hand leun ik tegen een muur. Ik neem kleine slokjes. Ik moet met dit glas een uur of twee doen. Sinds vanochtend heb ik niets meer gedronken.
Steeds meer mensen kijken mijn kant op. Ze wijzen naar me en fluisteren naar elkaar. Ik sta vlak naast twee klapdeuren naar de keuken. Naast mijn voeten is een knop. Personeel dat door de klapdeuren wil schopt tegen de knop waarna de klapdeuren open gaan en het personeel door de klapdeuren naar de keuken kan lopen.
Ineens staat een vrouw voor me. Ze houdt een leeg glas vast. Zo te zien koos ze voor wodka. Ze vraagt of ik Joubert Pignon ben. ‘Soms wel,’ zeg ik, ‘maar vandaag ben ik hier gewoon als mezelf.’ Ze zegt dat ze mijn verhaal over Arnon Grunberg heeft gelezen, over dat ik hem opzoek in New York en dat ze daar allerminst van gecharmeerd was. Ik zeg dat het verhaal fictie was. Ze zegt dat ze daar niets van gelooft. ‘Waarom zou iemand zoiets verzinnen?’ vraagt ze. Ik zeg dat ik dat nu eenmaal doe, dingen verzinnen omdat ik niet kan omgaan met de werkel… Ze onderbreekt me door haar hand tegen mijn mond te drukken. Ze draait zich om naar de rest van de mensen en roept: ‘Hij is het!’ Ik word omsingeld door mensen. Ze schreeuwen van alles en nog wat tegen me, maar waar het in principe op neerkomt is dat ze het walgelijk vinden dat ik probeer te scoren ten koste van een beroemdere collega. Voordat ik iets terug kan zeggen ben ik op de grond geslagen en trappen de fans van Arnon Grunberg op me in. Ik probeer mijn hoofd te beschermen. Ik lig tegen de knop en de klapdeuren naar de keuken gaan open en weer dicht, open en weer dicht. De vloer mag hier trouwens ook wel eens geboend worden.
Wanneer ik bijkom draag ik op een sok na niets. Mijn rechtersok zit ineens aan mijn linkervoet. De bar is verlaten. Nergens staan meer lege glazen. De mensen zijn weg. Liggend trek ik mijn sok uit en doe hem aan mijn rechtervoet. Naast me zie ik een schoen. Een nette herenschoen. Ik kijk omhoog, de schoen gaat over in een pantalon, de pantalon gaat over in een colbertjasje en het colbertjasje gaat over in het hoofd van Arnon Grunberg. Uit het hoofd van Arnon Grunberg komt een klodder spuug die, omdat ik mijn hoofd opzij draai, in mijn oor belandt. Aan mijn andere kant staat ook een schoen, ook al van Arnon Grunberg. Hij staat voorovergebogen over me heen. Door zijn pantalon heen kan ik zien dat hij geen onderboek draagt. Arnon Grunberg zegt tegen me: ‘Voortaan gaan we een beetje normaal doen, he?’

Share Button

Literataart

Ik heb een plan bedacht. Geen paniek, dit gebeurt vaker, gelukkig voer ik mijn plannen zelden tot nooit uit. Uiteindelijk zit ik altijd toch weer, alleen, drinkend en rokend in een kamer – een cd van Hank Mobley staat op – een stukje te schrijven. Dat is mijn leven. Het is met wat fantasie een leven te noemen.
Dit is het plan:
Iedere maand ga ik op de laatste zaterdagnamiddag in gesprek met een schrijver (m/v) die ik goed vind over zijn of haar werk op een nader te bepalen plek.
Mijn zusje maakt taarten. Ze doet nog meer dingen, maar omwille van haar privacy houd ik het hier bij. Ze weet nog van niets. Mijn zusje maakt een taart geïnspireerd op het werk van de auteur. Tijdens het gesprek eten we van de taart. Mocht er publiek zijn komen opdagen dan krijgt het publiek ook taart. Het gesprek kan tien minuten of twee uur duren, of iets er tussenin. Het gesprek ontstaat improviserend en associërend, er is voor van alles ruimte.
De werktitel van dit plan is: Literataart.
Is dit wat?
Geef je mening in de comments!

Share Button

Biesheuvelprijs

Er kan weer gedoneerd worden voor de Biesheuvelprijs! Een prachtige prijs die komend jaar (2017) voor de derde keer wordt uitgereikt aan de beste verhalenbundel van het afgelopen jaar (2016).
 
Schrijvers van korte korte verhalen kregen gelukkig een standje van de jury om ze scherp en op het juiste spoor te houden. In het juryrapport stonden zinnen als
‘Maar het extreem kortebaanwerk mist vaak ook een zekere hechtheid en eenheid die de verhalen die samen in de bundel staan meerwaarde geeft.’
en
‘Zo vonden wij een aantal op het oog veelbelovende titels meer verzamelbundels dan verhalenbundels. We kregen zo nu en dan de indruk dat een bundel vooral een verzameling was van alle verhalen die een auteur in de loop der tijd had geschreven, zonder dat er nog een strenge selectie had plaatsgevonden. Hierdoor misten deze bundels scherpte en een dwingende compositie. Wat een goede verhalenbundel zo bijzonder maakt is dat het geheel meer is dan de som der delen, dat de geselecteerde verhalen elkaar versterken en daadwerkelijk een boek vormen met elkaar.’
 
Dat de man die het zeer korte verhaal eigenhandig op de kaart zette, en drie uur in de auto zat om bij de uitreiking aanwezig te zijn en op de voorste rij gezet werd, hiernaar moest luisteren laat de eigengereidheid en onafhankelijkheid van de jury zien. Dat is erg goed en knap en bewonderenswaardig.
 
Laten we hopen dat de komende winnaar zijn of haar bundels wel schrijft en samenstelt volgens de regels die de jury in het hoofd heeft en niet al te korte korte verhalen schrijft. [ <= dit weg, gr. redactie ]
 
Geef dus gul! De winnaar krijgt o.a een grote cheque en ik beloof met mijn hand op mijn hart de cheque dit keer niet te jatten.
 
Share Button

Oefenen

Ik wil Belg worden. Zo, het hoge woord is er uit. Vlaming of Waal, daar ben ik nog niet uit. Ik moet dit land ontvluchten. Laatst werd ik via-via benaderd om Stadsdichter van Haarlem te worden. Ik zei dat ik het op zich wel wilde doen maar dat ik nog nooit een gedicht geschreven had en niet van plan ben het ooit te doen. Het maakte allemaal niet uit. Ik zou vijfhonderd euro per gedicht krijgen. Daardoor deed ik het niet. Ik vind dat met kunst geen geld moet worden verdiend. Wanneer mensen me vragen een factuur te sturen voor een geschreven verhaal of een optreden weiger ik altijd beleefd en zeg dan dat ik een ware kunstenaar ben, die liever in magazijnen, winkels en fabrieken werkt dan geld te vragen voor de verhalen die hij met pijn en moeite uit zijn schrijfpen perst, er eindeloos aan slijpt, tot er geen fouten meer in staan en ieder plek op de juiste woord staat. Alleen al over deze zin deed ik een week.
Vanaf 22 november verblijf ik minstens een maand in Brussel om te oefenen. Ik ga kijken of het Belg-zijn iets voor mij is. Waal of Vlaming, ik zal het gaan zien. Wanneer alles mislukt, is er altijd nog Luxemburg. Naar het schijnt slaan ze hun kunstenaars daar iedere dag met vlakke hand, om ze scherp te houden en niet te laten verslappen. Voor ieder gedicht dat een Luxemburgse schrijver schrijft moet hij de regering zeshonderddertig euro betalen.
 
Share Button

Ondertussen

Over de rol die schrijven in mijn leven speelt is veel te zeggen en dat is gelijk een goede reden het niet op te schrijven.
Ik tekende een contract bij Atlas Contact waardoor ik tot minstens 2023 aan de uitgeverij verbonden ben. Binnenkort maken we een champagnefoto voor op social media.
Ik verwacht nog zesendertig jaar te leven.
Ik heb drie boeken op de plank liggen en werk nu met iemand anders aan een vierde.
Omdat niet alle mensen mijn boeken lezen geef ik vast het einde van de drie boeken weg: ze gaan uit elkaar, hij ontmoet een nieuwe liefde die hem ook weer verlaat en de twee zinnen die aan het begin en het einde van zijn debuut te lezen waren zijn weer van toepassing.
Ik zit tegenwoordig alleen in een woning waar ik alleen woon. Ik kijk naar hoe mensen karton in de glasbak proppen en zit onderuitgezakt zodat ze mij niet zien.
Ondertussen wacht ik tot het internet in mijn woning geleverd wordt. In de tussentijd schrijf ik mijn berichten op een telefoon met draaischijf.

Share Button

Vernietiging

20160709_193751Mijn eerste boek gaat vernietigd worden. Dat is niet erg, het zal niet het eerste boek in de geschiedenis van de mensheid zijn dat vernietigd wordt. Liggeld bij het Centraal Boekhuis is prijzig en de loop is uit het boek. Ik heb een aantal exemplaren gekregen van de uitgeverij. Daar ben ik erg blij mee.
Ik verkoop deze van een onheilsdood geredde exemplaren van ‘Er gebeurde o.a. niets’ voor een tientje per stuk.
Stuur me bij interesse een bericht, dan stuur ik je het boek gesigneerd toe. Ongesigneerd kan natuurlijk ook. Ergens afspreken op een geheime plek is mogelijk.
Het boek blijft overigens wel leverbaar, als POD, dat houdt in dat wanneer het boek online of in de winkel wordt besteld er ergens op een knop wordt gedrukt en er een exemplaar uit een machine rolt. Ik neem aan dat dit betekent dat dit dan de derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, etc. druk is.

Share Button

Nieuws: Update

Ik heb de tweede versie van een boek dat ik voor het gemak maar een roman noem afgerond. Ik vrees dat er nog dertien versies volgen. De uitgever leest het nu, ik hoop dat het boek niet wordt afgewezen. Ik voel er weinig voor om de tienduizend euro subsidie die ik van het Letterenfonds kreeg om het boek te schrijven terug te betalen. Nadat ik de tienduizend euro op mijn rekening gestort kreeg, stuurde ik het Letterenfonds een bedankkaartje. Ik kon mijn schulden afbetalen en bevriende schrijvers die in geldnood zaten financieel ondersteunen. Er is nog duizend euro over. Mensen die in de problemen zitten kunnen zich via het contactformulier melden.
Verder werk ik aan een verhalenbundel die, dat is de bedoeling, tweeduizend pagina’s dik moet worden. Er verschijnen veel boeken van duizend pagina’s de afgelopen tijd. Het zijn allemaal romans. De werktitel van de verhalenbundel is ‘Met een mongool op je schoot de afgrond in’. Ik twijfel over de je-vorm omdat die misschien minder aantrekkelijk is voor de oudere lezeres. Ik heb al twee pagina’s geschreven. Helaas horen ze nu niet direct tot de hoogtepunten uit mijn oeuvre.

De nieuwe recensiewebsite Indrukmagazine vroeg een aantal mensen iets over recensies of recensenten te zeggen. Ik schreef dit:

‘Sinds ik alle recensenten foto’s van mijn kinderen liet zien en daarbij steeds zei: ‘Ook op deze foto hebben ze honger,’ worden mijn boeken gunstig besproken. Het tekent niet alleen de empatische inborst van de recensenten, maar ook hun onvermogen om fictie en non-fictie te scheiden. Natuurlijk heb ik geen kinderen, maar ik ben opportunistisch genoeg om ze in mijn voordeel in te zetten.
Ik bewonder recensenten. Behalve dat het zonder uitzondering schrandere types zijn, die overigens heerlijk ruiken, zijn het ook ware ambassadeurs van de literatuur die niet alleen in hun stukken laten zien dat ze alle boeken die ze lezen in al hun gelaagdheid doorgrond hebben maar ook nimmer gebruik maken van hun machtsposities (een recensie wordt immers duizend keer meer gelezen dan het besproken boek) en die in de hemel na hun dood -al hoop ik natuurlijk dat ze eeuwig blijven leven- hun plek aan de zijde van de Almachtige zonder twijfel zullen innemen.’

 

 

Share Button

Genieën

In de supermarkt lopen bijna alleen maar genieën rond. Het is een eer in hun midden boodschappen te mogen doen. Sommige genieën vegen het kwijl van hun gezicht terwijl ze door de glazen deur van de diepvries naar ingevroren bosbessen kijken. Andere genieën bespreken luid pratend door hun mobiele telefoon tegen iemand aan de andere kant van de lijn ziektes van buurtgenoten. Hier en daar fatsoeneert een genie de joggingbroek. Wanneer een van de genieën ziet dat je naar de kassa loopt zet het genie er flink de vaart in en manoeuvreert zijn of haar boodschappenkarretje snel voor je. Dan kijk je naar wat genieën allemaal kopen: witte kadetjes, katteneten, ingevroren snacks, halve liters bier, toiletpapier, kip, appelflappen, frisdrank met prik, vlees, zakken rijst, kip, blikvoer, maandverband, plakken kaas, etc. Genieën zijn gretige consumenten. Na afgerekend te hebben en alle zegeltjes gekregen te hebben waar ze recht op hadden lopen de genieën met hun karretjes naar hun auto’s, laden de boodschappen in, geven de boodschappenkarretjes een zet en rijden naar huis om de boodschappen op te ruimen en daarna na te denken over van alles en nog wat.

Share Button

Wim Brands

Omdat hij wist dat het op zijn geweten hebben van onze dood slecht zou staan op zijn cv had redacteur Jelte Nieuwenhuis zijn rijstijl aangepast terwijl hij met ons in de auto naar Enschede reed voor een optreden. Wim Brands zat naast de redacteur. Hij hield de deurgreep stevig vast. Emma Curvers en ik zaten achterin en aten van de drop die Jelte had meegebracht. Wanneer we onze voeten verplaatsten kraakte kinderspeelgoed onder onze voeten. Emma en ik waren twee van de schrijvers die waren opgenomen in een bloemlezing die Wim Brands samenstelde. Om de verkoop van de bloemlezing te bevorderen gingen we voorlezen in Boekhandel Broekhuis in Enschede. Wim Brands praatte de hele weg, het was een lange rit, hij vertelde welke schrijvers er allemaal geen reet van konden. Niemand kon er eigenlijk een reet van, daar kwam het op neer.
In Enschede aten we patat met zwarte peper. Wim Brands nam ook een broodje falafel. In de boekhandel noemde hij Erik Hoekstra, die ons had uitgenodigd, de hele tijd Peter. Erik zei steeds dat hij Erik heette, maar Wim Brands bleef hem Peter noemen.
Wim Brands stelde me vragen over mijn werk en ik gaf geen antwoorden op zijn vragen, maar wel antwoorden. Hij liet me mijn gang gaan en ik denk dat dat zijn kracht als interviewer tekende.
Na Enschede kwam ik Wim Brands vaak tegen. Dan maakten we altijd een praatje. Hij vroeg me hoe ik over een bepaalde schrijver of een bepaalde ontwikkeling in de literatuur dacht. Wanneer ik het vertelde zei hij dat ik me vergiste en dan zei hij hoe ik het eigenlijk zou moeten zien. Daarna vroeg hij me nog een keer hoe ik er nu tegenaan keek. Wanneer ik weer niet het goede antwoord gaf zuchtte hij en zei hij: ‘Ik leg het je nog één keer uit.’
 
Share Button